zondag 7 oktober 2007

1. Een mooie dag.




14.08 zondagmiddag.


Zomaar een dag in het leven, niks aan de hand, mooi weer en nog veel meer moois in het verschiet.
Voor deze tijd van het jaar is het meer dan gemiddeld, het is een mooie dag.
De zon kleurt de straten lichter dan ze al zijn, de bomen laten met hun prachtige groene bladeren een flauw groene schemering over de patio vallen.
De tuinen liggen er mooi bij, alsof hier wekelijks wedstrijden worden gehouden wie deze keer de mooiste tuin heeft.
Als een wijk een plaats verdient op de kaart als mooiste plek op aarde, zou deze zeker hoog eindigen
Zo mooi is het in geen jaren geweest, zeker niet de afgelopen jaren, waarin de zon zich echt weinig heeft vertoond.
Het is net of de zon en de mooie dingen in het leven bezig zijn met een inhaal race.
Of zich nog een keer bewijzen voordat...

De achterdeur slaat dicht, Tom loopt weg richting de straat.
"Waar ga je heen,?" vraagt ze, een beetje bezorgd is ze wel, niet meer uit nieuwsgierigheid, bezorgdheid is meer van toepassing.
"Gewoon een stukje om, ff frisse neus halen,"antwoord Tom.
Het is een dag uit het leven van twee heel normale mensen, althans tot op dat moment.


19.53 Zondagavond.


Waar zou hij zijn,vraagt ze zich af, het was niks voor Tom om zolang weg te blijven, anders had zij het wel doorgehad.
Er zal toch niks gebeurt zijn, welnee, bedenkt ze zich,hij is al vaker wat langer weggeweest en altijd weer teruggekomen.
Alleen de laatste keren, was hij ander, alsof hem iets overkomen was, iets wat zijn sporen achter had gelaten, iets wat een litteken op zijn ziel had veroorzaakt.
Hij was en goed echtgenoot en vader, schreef voor zijn geld en had als een van de weinigen daadwerkelijk van zijn hobby zijn broodwinning gemaakt.
Niet dat Tom zich in een adem liet noemen met de groten der aarde, hij schreef en verdiende er en boterham mee en beleg kon er ook nog vanaf.
Maar toch was hij er niet helemaal gelukkig mee, zoals nu, op dit moment, altijd als het niet meer wilde vloeien, ging hij een stuk lopen en maakte op de een of andere manier iets mee, zag hij iets, iets onverklaarbaar voor een ander, maar wel zoveel impact had, dat er hoofdstukken hun geboorte zagen.
Het had ook zijn voordelen, maar of een voordeel niet beter als nadeel gezien kan worden, de vraag, die zij zich wel een stelde, wat nu als hij niet meer zou schrijven, word hij dan weer de oude ?


20.04 Zondagavond


Hoewel het vaker gebeurde dat hij uren, soms een hele dag weg was, zelfs afgelopen oktober een heel weekend, maakte zich nu toch wel zorgen, vrouwelijke intuïtie en ervaring, maakte dat zij zich zorgen maakte.
Want wat was het dat haar man meemaakte op zijn wandeltochten, wat kon het zijn wat zo`n impact maakte, dat hij lijkbleek en doodmoe thuiskwam, om vervolgens uren achtereen opgesloten in zijn werkkamer bezig te zijn met zijn nieuwste creatie, zijn nieuwste kind.

Waar zou hij zijn, wat ziet hij op dit moment, wie is er bij hem, of erger wat is er bij hem.
Steeds meer en meer, maakt ze zich zorgen om hem, om hun samen, de kinderen.
Wat als het hem nu zo beïnvloed dat hij doorslaat en mij of de kinderen iets aandoet.
Nooit in die veertien jaren van hun huwelijk had hij haar iets gedaan, laat staan gezegd of gedreigd. Veel van haar vriendinnen die al reeds gescheiden of hertrouwd waren of gewoonweg een relatie niet meer zagen zitten, waren jaloers op hun huwelijk, nooit was er iets voorgevallen wat de twijfel over hu liet vallen, perfect was het niet, zij hadden ook hun momenten, maar op een of andere manier, liep het als een goed geoliede machine. Alsof ieder jaar hun huwelijk een onderhoudsbeurt kreeg, weer een jaar in orde.
Nee, op dit moment kon ze de mooie momenten even niet voor de geest halen, er was even geen sprookjeswereld waarin zij zich waande, eerder een nachtmerrie.
Steeds meer en meer kreeg zij het idee dat Tom, haar Tom, niet meer was wie hij eerst was.
Zo van de een op andere dag, verdween haar man, de vader van hun kinderen en kwam er iets anders voor in de plaats, verpakt in het lichaam van ooit Tom.
Het was alsof hij geruild had met iets anders, want wat er in hem huisde, was voor haar idee niet echt menselijk, of niet meer.



23.34 Zondagnacht


Draaiend en zwetend lag ze in bed, zichzelf afvragend, waar Tom nu zou zijn, de innerlijke Tom, want zijn lichaam als verpakking voor de andere verschijning, doolde waarschijnlijk aan de andere kant van de stad rond.

De andere kant, waar het leven hard was en waar je je kinderen niet zou willen laten wonen, laat staan rond laten lopen.
Daar was het slecht, bedorven, niet zoals hier waar de zon wel kwam en er leven was.
Niet dat de andere kant een dooie bedoeling was, de mensen leefden er volop, genoten er, maar op een minder sociaal niveau.
Het word haar teveel, dit alles, haar man weg, waarheen kan ze alleen maar raden en als hij terugkeert, wat komt er dan terug, haar man zoals ze hem al achttien en een half jaar kent, of alleen zijn lichaam als een verpakking voor iets anders ?

Wat als het zijn plaats voorgoed innam, haar Tom voorgoed verdween?
Hoe zouden de kinderen reageren, de jongste vijf jaren oud, merkte als eerste dat papa veranderde, een groeiende angst ontstond bij haar toen Tom op een gegeven moment weer thuis kwam, na twee dagen weg geweest te zijn.
Kinderen, vooral jonge kleine kinderen, zien meer dan volwassenen, een soort gave.
Zij had haar vader gezien, of eigenlijk hetgeen gezien wat in haar vader huisde.
Schreeuwend had ze duidelijk gemaakt het niet te vertrouwen, het beangstigde haar, het was en kwaad wat zijn gezicht alleen aan haar toonde.
Gek genoeg overkwam haar niks, misschien was het nog niet volgroeid, had het de kracht nog niet om de overhand te nemen.


02.23 Maandagochtend.


Verschrikt word ze wakker, een geluid, onbekend, maar niet bedreigend.
Ze moet toch in slaap gevallen zijn, de tv verlicht de kamer, geluid komt er nauwelijks, ze laat het meestal uit `s avonds, meer als afleiding dan als bezigheid, ze heeft nooit van tv gehouden.
Een enkele keer kon ze het wel waarderen om een film te kijken, maar liever ging zij naar de bioscoop, films behoorden naar haar mening alleen daar vertoond te worden, daar waren films voor gemaakt, het grote witte doek.
"Eens komt de dag dat jouw boeken ook op het grote witte doek te zien zijn lieverd", had ze Tom gezegd.
"Alleen als ik mijn ziel aan de duivel verkoop, zal ik op het witte doek te zien zijn",grapte hij als antwoord.
Zijn woorden, nu zo echt, alsof hij nu echt zijn pact met de duivel gesloten had.
Het spookte door haar hoofd.
De grens tussen werkelijkheid en illusie was een stuk ijler geworden, alsof de werkelijkheid het verloor van de nachtmerrie.
Waar was hij, niet allen zijn lichaam, maar het geheel, Tom, haar Tom, de man van wie ze hield, waar ze haar ja -woord aan gaf, wiens kinderen zij baarde, haar Tom.


06.19 Maandagochtend.


Wakker, alsof ze nauwelijks geslapen had, draaide ze de kraan open, bekeek zichzelf in de spiegel, niet van wat ooit een sterke vrouw was geweest leek tegenover haar in de spiegel te staan.
Ze houd haar hoofd onder de kraan en spoelt haar gezicht af, ze moet zich groot houden.
De kinderen komen ook zo uit bed, ze zullen merken dat er iets is, maar voor zover zij het idee hebben dat er weinig tot niets aan de hand is, kan hun leven tenminste wel rustig zijn gang gaan.
Maar hoe moeilijk is het om je kinderen voor te liegen, ze iets voorhouden wat niet echt is, blijven lachen, terwijl achter de lach je leven instort, waarom ook, waarom ?
De oudsten gaan straks naar school, alleen de jongste blijft nog thuis, nog enkele weken dan gaat ze ook naar school.
En dan.
Wat als ze alleen thuis is en datgene in Tom is er ook, wat gebeurt er dan, ze wil er niet aan denken, onderdrukt haar gedachtes, omwille van de kinderen.
Wat nu, denkt ze, als de kinderen er niet waren geweest.
Met die vraag komen ook de tranen, alsof alle ellende uit een leven samengevoegd haar verstand bereikt en alles haar eindelijk teveel word, ze laat het lopen, langs haar wangen, haar kin, druppels raken de badkamer vloer en vormen een plasje langzaam tot een groter geheel.
Wat nou als de kinderen er niet waren geweest ?
Ze wil er niet aan denken.
Dat is haar vraag, haar angst, wat nu als de kinderen er niet waren geweest.

Geen opmerkingen: