Zijn kerk was leeg, zo stil, zo sereen.
Er waren vandaag enkele gelovigen geweest, maar van een stormloop was al jaren geen sprake meer.
Toch nam het aantal mensen toe de laatste tijd, was het omdat er steeds meer onverklaarbare dingen gebeurden, of kwam men tot inkeer?
De twijfel of hij de juiste keuze had gemaakt, was nu het gevecht van de dag, enerzijds zijn vertrouwen en liefde in de Heer, anderzijds de verslagenheid waarmee hij zijn parochie leidde.
Hij floot opgewekt voordat hij aan zijn mis begon, de akoestiek was fenomenaal, de bouw van zijn schip was perfect, als hij preekte hoefde hij zich niet echt in te spannen, de kerk liet zijn woorden met de juiste klanken rondgaan, alsof God zelf het geluid afgesteld had, maar dat was weleer.
Nu kon hij amper lachen, laat staan fluiten, zijn kerk was leeg en de toename van mensen was voor hem geen reden om zijn twijfels weg te nemen.
De Heer, zijn Heer was toch alwetend, had zelfs Hij dit niet voorzien dan?
De twijfels in het geloof waren nog nooit eerder aanwezig geweest, maar nu leek het of ze niet meer zouden afnemen, enkel toenemen.
Wat was het dat de mens de kerk liet voor wat het was, hij was erop gebrand te preken, niet te beleren, de mens de kans te geven zijn eigen oordeel te vellen en de hand des Gods als een veilige thuishaven te aanvaarden.
Want was zijn kerk niet een veilige thuishaven geweest voor eenieder die daar behoefte aan had, gelovig of niet, iedereen was welkom.
En waren er de voorgaande jaren niet veel mensen geweest met vragen, vragen die ze wel aan een dienaar van God toe vertrouwden?
Zijn leven had in teken gestaan van naastenliefde en vol betekenis geweest voor de bevolking, maar nu schenen ze Hem niet meer nodig te hebben.
Maar nu er steeds meer dingen gebeurden, dingen die onverklaarbaar waren, kwamen ze wel weer, niet in grote getale, maar dat liet niet lang op zich wachten.
Maar dat was Zijn bedoeling toch niet in het GROTE GEHEEL, dat de mens alleen kwam als zij zich bedreigd voelde.
Zijn twijfel nam steeds meer toe, de Heer liet niets doorschemeren of dit allemaal toe behoorde aan het grotere geheel, hij wachtte op een teken, een baken in de duisternis, een hand van God die hem de juiste richting wees, maar tot op heden, juist nu, was er helemaal niks.
Zijn geloof verloor de waarde die het ooit had.
En dat deed hem zeer, datgene wat hem jarenlang op de been hield, werd steeds meer een gewetensvraag, een wroeging, zijn achilleshiel.
Wat ooit was en ergens voor stond, bleek nu ineens zo onecht, onrealistisch en nep.
Hij vouwde zijn handen en bad om vergiffenis voor zijn twijfels.
maandag 8 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten